Vooral doorgaan

Het pad kwijt

Vanaf dag één loop ik iedere dag verder dan verwacht. Maps.me is een mooie navigatie app, maar je moet hem leren kennen. Eerst geeft ie de route van A naar B als hemelsbreed. Dat wil zeggen, één rechte lijn zoals alleen een vogel kan vliegen. Dan gaat ie herberekenen, het heeft even geduurd voor ik dat doorhad. Vervolgens maakt ie een berekening op basis van het aantal kilometers per uur dat je kan lopen. Maar er wordt geen rekening gehouden met enige moeilijkheidsgraad. Dus steil omhoog en omlaag wordt niet meegerekend. Omhoog is een kwestie van kracht, daar heb ik niet zoveel moeite mee meestal. Maar afdalen is wat anders, dat houdt enorm op. Te snel dan val je, zeker met bijna 25 kilo op je rug. Je voeten schuiven in je schoenen naar voren dus er komt druk te staan op je tenen. En één kleine misstap en je ligt op je muil. 

Er zijn al veel dagen voorbij gegaan dat ik in de ochtend relaxed liep met het idee: ik heb alle tijd van de wereld. Maar als ik dan tegen de middag naar een slaapplek ging kijken op de telefoon dan was het ineens aanpoten. Gas erop dus, en ook dat gaat prima als je niet teveel stopt, niet teveel nadenkt en vertrouwen hebt in je kracht. En ineens blijkt dan dat je in plaats van de geplande 25 kilometer ruim 40 kilometer hebt afgelegd. Dat terwijl ik de eerste dag na 37 kilometer als een oud opaatje liep te strompelen. Ik merk dat ik met de dag sterker wordt. Mijn voeten wennen aan het lopen, mijn rug geeft nauwelijks nog commentaar, mijn schouders moet ik soms wel ontlasten merk ik. Ik ben toch enigszins geneigd om de last op mijn schouders te nemen terwijl er meer kracht in je heupen en onderrug zit. Borst vooruit en billen naar achter dus. 

En ’s avonds goed voor je lichaam zorgen. Alhoewel ik merk dat mijn lichaam steeds meer gewend raakt aan het gewicht, en dat ik sommige pijntjes goed kan negeren, luister ik wel naar wat het me probeert te vertellen. Soms kan ik door blijven banjeren maar soms heb ik meer pauzes nodig. Soms 5 minuutjes op een bankje, soms een half uur of meer met mijn schoenen uit om mijn voeten te luchten. En soms moet ik ook oppassen om niet te vaak te stoppen want dan heb ik helemaal geen zin meer om verder te gaan en ook niet om te blijven waar ik ben…. en dat werkt natuurlijk niet.

Al met al gaat het goed. Ik heb steeds minder gedachten over waarom ik het nu eigenlijk doe, en of het misschien beter is om maar gewoon te stoppen. Wel moet ik mezelf het ene moment een schop onder mijn kont geven en het andere moment een beetje afremmen als mijn lichaam vindt dat het genoeg is. 

Ik merk enorm aan mezelf hoe gevoelig ik op één of andere manier ben voor de mening van anderen. Ik doe voor mijn gevoel doorgaans gewoon wat ik wil, maar als een aantal mensen zeggen: geniet je er wel van? Neem je tijd.. dan ben ik geneigd om eerder te stoppen. Maar dan komt de presentatie drang in mij weer naar boven en die luistert weer naar de mensen die vol bewondering zeggen: jij gaat wel hard. 

Soms denk ik dat ik geen idee heb waar ik mee bezig ben. Soms denk ik dat ik mezelf moet veranderen. Maar ik krijg steeds meer het gevoel dat het allemaal klopt wat ik doe. Al loop ik als een kip zonder kop in het rond in een bos waar ik het pad kwijt ben, of eigenlijk beter nog, waar het pad verdwenen is. Zelfs dan heb ik nog het gevoel dat het goed is. Het hoort erbij denk ik, het is een soort leerproces. Angst op dat gebied ken ik nauwelijks. Ik kijk er niet naar uit om te slapen in een bos vol everzwijnen, maar als het zo is, dan is het zo. Mijn angsten zitten op een ander vlak. En daar valt voor mij nog veel te leren. 

De kracht van het doorzetten.

Toen ik de eerste avond na het eten en een paar lekkere koude biertjes op wilde staan leek ik wel een oud mannetje. Alles deed zeer of was stram. Die avond heb ik een halve tube midalgan gebruikt voor nek, rug en kuiten en heb mijn voeten gemasseerd met voetencreme. 

De volgende dag was het nog erger. Ik weet nog dat ik dacht dat ik niet weer zo ver zou lopen die dag. Daags tevoren was de gedachte ‘waar ben ik eigenlijk mee bezig’ al een paar keer bij mij opgekomen. Nu was die gedachte nog sterker. Maar ik moest in ieder geval dichtbij Antwerpen zien te komen. 

Na een paar telefoontjes naar adressen (die ik heb via het genootschap van Sint Jacob heb kunnen downloaden in maps.me) zakte de moed me een beetje in de schoenen. De één is niet thuis, de ander bang voor Corona, weer een ander neemt niet op. Dat valt tegen, ik denk ik vraag het bij de pastorie. De pastorie in Kapelle is een horeca bedrijf met een mooi tuinterras. In goede traditie heb ik maar een trappisten biertje besteld. Welke traditie weet ik niet, maar het is wel een goed excuus om even te gaan zitten en tot rust te komen. Helaas kon de lieftallige serveerster mij niet helpen aan een slaapadres, dan maar googlen. 1.3 kilometer verder was een plek. Na dat trappistje had ik ineens weer energie genoeg om daar naar toe te lopen. Onder het wandelen maar een puntzak friet naar binnen gewerkt… we zijn tenslotte in België hé.

Aangekomen bij ‘the Cottage’ bood de gastvrouw Marianne me een kop thee aan. Ik bedankte want ik wou douchen en naar bed. Na het douchen was de vermoeidheid al minder en ik vroeg of het aanbod nog geldig was. We hebben nog gezellig zitten keuvelen en toen ik uiteindelijk naar bed ging kon ik niet slapen. 

De volgende ochtend na een lekker ontbijtje weer op stap. Weer deed alles zeer wat zeer kon doen, dat ondanks de hulp van Midalgan en tijgerbalsem. Na een uurtje werd het weer wat minder. Maar na iedere pauze had ik weer een moeizame opstart. Als je eenmaal de goede kadans te pakken hebt gaat het vanzelf, dan maak je meters. Met de stokken erbij kun je dan nog wat meer snelheid maken door je ermee af te zetten. Maar raak je uit je ritme om welke reden dan ook: oversteken, navigeren, foto maken etc. Dan komt de vermoeidheid weer terug. Ik heb niemand anders dan mezelf om mijn beklag te doen en man…wat kan ik soms zeuren. 

Ik wist waar ik aan begon. Ik wist dat het moeilijk zou worden. Ik wist ook dat het beter was om de weg terug moeilijk te maken. Ik wil niet zeggen dat ik alle schepen achter me verbrand heb, maar in mijn hoofd werkt het wel zo. Er is maar één richting en dat is vooruit. En met die gedachte in mijn achterhoofd zet ik de volgende stap…

De eerste etappe

Onderweg

Dinsdag 1 september ben ik vertrokken. Afscheid nemen was zo onrealistisch dat ik niet wist wat ik moest zeggen. Mijn vrouw, mijn kinderen, mijn huis en mijn baan, alles achter me laten zonder te weten wat ik er straks voor terugkrijg. Maar ik heb zo sterk het gevoel dat ik dit moet doen dat het haast geen keuze lijkt. Het is zoals het is, ik moet dit doen anders wordt ik gek… of in ieder geval niet gelukkig.

Op zoek naar geluk dus? Eigenlijk ook niet, rust dan? Niet echt, rust kan ik vinden in meditatie. Wat zoek ik dan? Zoek ik iets wat ik niet kwijt ben? Moet ik zo rigoureus alles afkappen? Gaat het om de vrijheid? Allemaal vragen die ik mezelf al tientallen keren gesteld heb en die ook andere mensen me stellen. Eerlijk gezegd: ik weet het niet.

Mijn gevoel achterna dus. De afgelopen 30 jaar hebben mijn hersenen overuren gedraaid om alles onder controle te hebben en dat valt niet mee. Bij alles nadenken hoe het moet gaan of het beste werkt, en liefst nog een back-up plan voor als het niet lukt. Waarom? Omdat ik mijn gezin veiligheid en geborgenheid wilde garanderen. Dat is aardig gelukt, maar wat is werkelijk veiligheid? Dat is een wassen neus als je ziet wat er nu allemaal gebeurt. Er wordt van alles voor je beslist ook al ben je het er helemaal niet mee eens. Maar daar gaat het nu even niet over.

De dag van mijn vertrek ben ik meteen met stokken gaan lopen. De rugzak bleek zwaarder dan verwacht en mijn rug was nog wat gevoelig omdat ik een week ervoor nog helemaal scheef liep. Mijn eerste pauze was in de binnenstad, een broodje rookworst bij de HEMA. Ik had het gevoel dat ik wel een goed ontbijt kon gebruiken. Leven ‘on the fly’. Kijken wat er op mijn pad komt. 

De eerste overnachting stond vast bij mijn vroegere buurtgenoten die nu in Wernhout wonen. Ongeveer 25 kilometer van Breda, een mooie afstand dus om te beginnen. Maar de Sint Jacobsroute is niet de kortste weg vanuit thuis die kant op. Wat met de auto 5 minuutjes om is dat is te voet al snel een paar uur. 37 kilometer stond er op de teller en ik was kapot. 

Gelukkig werd ik zeer gastvrij ontvangen en was ik de extra kilometers al snel vergeten. Ze zeggen wel eens dat een goede buur beter is dan een verre vriend, maar een goede buur die ergens anders is gaan wonen is toch ook fijn als vriend. 

Ik loop een beetje achter met het schrijven van mijn (door mezelf geplande) blogs. Ik kom ook zoveel tegen op mijn pad. En als ik dan ’s avonds lig wil ik even wat lezen en gaan slapen. Maar ik ga mijn best doen om wat in te lopen.